Het logo van Veiligheidsregio referentie architectuur

objectieve veiligheid

Eigenschappen

Label (nl)objectieve veiligheidIn de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.
Definitie (nl)In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheidIn de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheidIn de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.
BronHandreiking Veiligheid Ondergrondse Bouwwerken 2013, Webitem 3. Begrippenlijst
Datum vaststelling2013, actualisatie 2020
Vastgesteld doorIFVDe landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio's. De organisatie ondersteunt de veiligheidsregio's bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
StatusVastgesteld

Relaties

VertrekpuntRelatieEindpunten
objectieve veiligheidIn de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt.Lid van

Afgeleide relaties

VertrekpuntRelatieEindpunt


Rdf.jpg