Actuele en toekomstige ontwikkelingen

Uit Veiligheidsregio referentie architectuur
Ga naar: navigatie, zoeken

Semantiek

In VeRA 1.0 werd door het kernteam aangegeven dat semantiek een onderwerp van de toekomst zou worden. Dat is natuurlijk nog steeds zo. De OOV-sector heeft met de bouw van het gegevenswoordenboek en het iNowit platform zeker stappen gezet. Semantiek is nu een aanvaard kernbezit van een sector aan het worden, omdat in de digitale wereld de goed gedefinieerde vaktermen letterlijk het vakmanschap beschikbaar en uitwisselbaar maakt. Na de vaststelling van de LMC (Landelijke meldingsclassificatie) wordt door onze experts de definitie van andere reeksen termen (vakbekwaamheid, duiken, dekking en risico, enzovoorts) nu voortvarend aangepakt, inclusief het beheer van de termen en gegevensdefinities.

Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO)

De meest evidente nieuwe ontwikkeling is de relatie met de Landelijke Meldkamerorganisatie, de LMO. VERA 2.0 is nadrukkelijk geschreven met deze centralisatie in het achterhoofd, omdat juist dan de ketensamenwerking - vanuit het veld naar de meldkamer en terug relevant wordt. Die samenwerking gebeurt niet vanzelf en vergt een gezamenlijke investering in ‘koud multi’. Een gebiedsgerichte aanpak maakt duidelijk dat het voor alle betrokken partijen relevant is om informatie te hebben over objecten, gebouwen, personen in dat gebouw en de aanwezige vitale infrastructuur. Het delen van die informatie is voor de meeste overheidspartijen een vanzelfsprekendheid aan het worden.

Zelfredzaamheid

Bij GHOR en GGD is het klantbewustzijn sterk aanwezig en er valt in dat kader veel te leren over nieuwe concepten als resilience of weerbaarheid, zelfredzaamheid en samenwerking met onze burgers. De nieuwe media worden hierbij al toegepast en mengvormen tussen interne robuuste systemen en crowd-systemen in de buitenwereld zullen zich meer en meer voordoen. Er ontstaan steeds meer open ontwikkelplatform voor het bevorderen van de veiligheid van bijvoorbeeld de ouderen in de samenleving. Deze informatietechnologie brengt ook nieuw werk voor de Veiligheidsregio met zich mee. Kennisontwikkeling op dit gebied wordt belangrijker.

Basisregistraties en kernregistraties

De invoering van de BGT (basisregistratie grootschalige topografie) vanaf 2016 versterkt de invoering en het gebruik van basisregistraties en kernregistraties. Dit geldt daarnaast voor PDOK (publieke dienstverlening op de kaart) en de bouw van sectorale geo-knooppunten. We kunnen meer en meer met elkaar uitwisselen en de gedachte van die ene super database voor alle gebruikers is definitief over. De DBK migreert naar een kernregistratie van objecten in overeenstemming met de Wvr, artikel 2.3.1.

Workflow en zaakgericht werken

In het administratieve front wordt hard gewerkt aan nieuwe modellen voor de workflow vanuit kernregistraties in de eHRM en eFIN systemen naar voor ons werk belangrijke instrumenten zoals de applicatieve functie ‘roosteren’ en de bedrijfsfunctie ‘opleiden’. Tegelijkertijd ontstaat een bottom-up benadering voor het roosteren vanuit de individuele mobiele telefoon. Documenten, dossiers en webpagina’s groeien naar elkaar toe in generieke document- en zaakplatforms voor alle teksten met goede metadata en steeds minder email. Dit leidt tot systemen die voldoen aan de archiefwet.

Methodologie

Een van de nieuwe ontwikkelingen die binnen het toekomstig IFV lectoraat informatievoorziening opgepakt zal worden, is het meetbaar maken van de informatiepositie. Bij de professionalisering van ons vak hoort dat we wetenschappelijke methoden ontwikkelen om te weten of hoe goed we het doen en wanneer het goed genoeg is.

Ketensamenwerking

Een tweede punt dat duidelijk wordt is onze rol in het economisch verkeer van het logistiek knooppunt Nederland ten opzichte van Europa. Een ongeluk in een van onze vele transportaders levert meteen een infarct op waar half Europa last van kan hebben. De samenwerking op het gebied van informatie-uitwisseling, bijvoorbeeld over vracht en lading met Spoor, Haven en Wegverkeer wordt hierdoor steeds belangrijker.

Social media

Er bestaat een natuurlijk spanningsveld tussen Architectuur en dat wat men ‘Social Media’ zoals Crowd-control, CrowSOurcing en Mobiele apps is gaan noemen. Social media beweegt zich op het vlak van grote aantallen personen die met elkaar communiceren met behulp van beeld, geluid en tekst. De podia wisselen snel, zoals bijvoorbeeld de geschiedenis van Hyves en FaceBook aantoont. Men stapt nu weer massaal over naar mobile apps zoals ‘instagram’. Die podia kenmerken zich door één commerciële aanbieder, die in een hoog tempo massale aantallen gebruikers moet bedienen. De keuze voor de podia wordt vaak bepaald door de gebruiksvriendelijkheid. Architectuur heeft met name als missie om in de complexe wereld van software en hardware enige standaardisatie, structuur en continuïteit te brengen . Traditioneel is het perspectief gericht op software aangeboden door meerdere aanbieders, waarbij meerdere applicaties gedurende langere tijd met elkaar moeten kunnen ‘praten’. Wat kan architectuur voor de veiligheidsregio’s betekenen in deze context? De kracht van de Social Media is tegelijkertijd de zwakte. Het is een front-end applicatie interface en geeft een goed beeld van de gebruikerswensen. Integratie van gegevens of processen aan de achterkant is bijna onmogelijk. Samenvattend kan voor Social Media gesteld worden dat er een aantal applicatieve functies en bedrijfsfuncties mee gediend is. Bestuursfuncties als risicoanalyses, communicatieve functies en loketfuncties worden bijvoorbeeld gemakkelijker en gebruiksvriendelijker. De uitdaging is om deze applicaties en podia te verbinden met systemen die robuust en betrouwbaar moeten zijn. Daar waar ze niet verbonden behoeven te worden zijn issues als privacy, beveiliging en verwachtingsmanagement punten van aandacht.

Open Linked Data

Sinds enige tijd wordt bij regio’s zoals Amsterdam-Amstelland of Hollands Midden geëxperimenteerd met het verzamelen, het analyseren en het slim toepassen van zogenaamde ‘Open data’. Doordat men grote hoeveelheden gegevens vergaart, kan men trachten om voorspellende uitspraken te doen over risico’s , dekking en locaties van kazernes. In een aantal gevallen is sprake van real time data, zoals het tot stand brengen van een real-time kaart over de toestand van een gebouw of een real time bereikbaarheidskaart, die on the fly samengesteld wordt uit meldkamerkladblok, open data en business rules.‘Open Linked data’ is de VERA versie van ‘Open data’, waarbij de gegevens gekoppeld worden aan betekenis en termen die onderhoudbaar zijn in trefwoordenregisters als het Brandweer gegevensboek. Dit maakt geautomatiseerde complexe analyses en scenario-uitwerkingen mogelijk. Dit gebeurt in lijn met de W3C standaarden van semantic web. Daarmee worden de gegevens overdraagbaar en reproduceerbaar.

Privacy

De Veiligheidsregio heeft voor een aantal processen en functies te maken met privacy. Dit geldt bijvoorbeeld voor de meldkamer, voor die regio’s met een GGD en voor bedrijfsgevoelige gegevens bij het handhavingen vergunningsdossier. Voor privacy geldt in eerste instantie dat de regio zich houdt aan de regels van de wet en het college bescherming persoonsgegevens. Dit houdt in dat men zonder verkregen toestemming gegevens over bedrijven en personen niet langer vasthoudt dan strikt noodzakelijk is, dat men deze gegevens bewust vernietigt en dat wanneer er inbreuk gedaan wordt op de privacy, dat dit gebeurt met de expliciete opdracht van een leidinggevende en dat men verantwoording kan afleggen over de handelswijze. Het argument voor inbreuk is ‘gerede twijfel’. Iedere veiligheidsregio dient daartoe een set van voorbeeldscenario’s op te stellen waarbij gegevensuitwisseling noodzakelijk geacht wordt. Hier kan naar verwezen worden bij de verantwoording, omdat er dan geprotocolleerd gehandeld wordt conform de wet. Daarnaast heeft de regio te maken met de wet politiegegevens.

Deze wet legt nog strengere normen op ten aanzien van de opslag, vernietiging en het expliciet en van te voren protocolleren dan de ‘normale wet’. Veiligheidsregio’s met een ‘multi- intake’ en gecoloceerde medewerkers, dienen er op toe te zien dat deze protocollen onderhouden worden.

Beveiliging en Architectuur

In dit deel van de VERA wordt niet gedetailleerd ingegaan op de ICT architectuur van beveiliging. Daar waar veiligheidsregio’s samenwerken met derden is het van belang om extra aandacht te besteden aan dit onderwerp, omdat ‘wij’ dan immers met de gegevens van een andere partner werken. In de discussie rond het koppelvlak met de NMS (applicatieve functie nieuwe landelijke meldkamer) is er voor gekozen om te werken met een ‘role based access in combinatie met een ‘trigger-architectuur’.

Het is te complex om role based access tot op elk attribuut van een object te definiëren. Het is bijvoorbeeld onmogelijk en niet onderhoudbaar om alleen een TAS-bevelvoerder toegang te geven tot de eigenschap van een pand die luidt: ‘vuurgevaarlijk’. Het is wel mogelijk om met de LMO en andere sectoren af te spreken dat bij een bijzonderheid van een object alle betrokken geïnformeerd worden over het feit dat er iets bijzonders aan de hand is – op het moment dat dit object onderdeel wordt van het opgevraagde kaartbeeld. Ten aanzien van objectregistratie delen Veiligheidsregio’s informatie volgens het principe van “Ja, tenzij…”. Ten aanzien van persoonsinformatie geldt dat Veiligheidsregio’s informatie delen onder het regime “Nee, tenzij…”.

Big Data

In technologiekringen steekt steeds vaker de term Big Data de kop op. Door steeds geavanceerder hard- en software is het mogelijk meer data te verzamelen, te bewerken en te bewaren. Door steeds krachtiger algoritmes is het mogelijk geworden vanuit deze data patronen en verbanden te ontdekken die het menselijk denkvermogen te boven gaan. Toepassing van deze ontwikkeling vinden we terug in het voorspellende karakter van sommige softwarepakketten. Zowel binnen de brandweer- als ambulancebranche wordt al voorzichtig gewerkt met het voorspellen van het volgende incident of brand waarbij zelfs voertuigen op basis van deze voorspellingen op de juiste plek worden gepositioneerd. Koppelen en relateren van de VeRA en de PURA Voor de Publieke Gezondheid (GGD) is net als voor de veiligheidsregio’s een referentiearchitectuur opgesteld. De PURA-versie 1.0 is breed omarmd en daarmee door de DPG’en vastgesteld als gezamenlijke publicatie. Dit betekent dat GGD’en PURA toepassen daar waar nodig. De PURA is opgesteld op basis van het gedachtengoed van de VeRA. De GGD’en werken nauw samen met de veiligheidsregio’s en in een aantal gevallen zijn ze zelfs in één organisatie. Eén van de volgende ontwikkelstappen van beide referentiearchitecturen zal zijn om deze aan elkaar te gaan relateren, omdat de onderlinge afstemming vanwege de aanwezige ketenrelaties van belang is en om de samenwerking en kennisdeling verder te bevorderen.