Het logo van Veiligheidsregio referentie architectuur

Functioneel beheer

Functioneel beheer beslaat drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op het strategische niveau wordt de bedrijfsarchitectuur als afgeleide van de sectorale referentiearchitectuurInstrument om samenhang aan te brengen in de informatiehuishouding van een overheidssector en mogelijke samenwerking met partners vorm te geven. (VeRADe Veiligheidsregio Referentiearchitectuur (VeRA) geeft regio’s een richtlijn voor de inrichting van de integrale informatiehuishouding. Zonder informatiedeling kan de veiligheidsregio haar inwoners niet goed tegen risico’s beschermen.) ontwikkeld en beheerd. Op tactisch niveau worden project start architecturen ontwikkeld welke passen binnen de bedrijfsarchitectuur. Operationeel functioneel beheer betreft het onderhouden van de informatievoorzieningHet geheel van mensen, middelen en maatregelen, gericht op de informatiebehoefte van die organisatie.Het geheel aan mensen, procedures en middelen waarmee relevante informatie aan functionarissen in een organisatie verschaft wordt.. Om dit goed te beleggen bij een Veiligheidsregio gelden de volgende richtlijnen:

1. Beleg het functioneel beheer binnen de Veiligheidsregio zelf en nooit extern

Functioneel beheer is een spilfunctie. De functioneel beheerder zorgt er immers voor dat de informatievoorzieningHet geheel van mensen, middelen en maatregelen, gericht op de informatiebehoefte van die organisatie.Het geheel aan mensen, procedures en middelen waarmee relevante informatie aan functionarissen in een organisatie verschaft wordt. optimaal blijft aansluiten bij de gebruikersorganisatie (bedrijfsarchitectuur). Dit is iets waarop een Veiligheidsregio altijd zelf regieBewaken dat een beeld actueel, volledig, overdraagbaar en consistent is. over wil blijven voeren.

2. Beleg het functioneel beheer niet kwetsbaar

Dit wil zeggen dat er altijd meerdere personen binnen een Veiligheidsregio aanwezig moeten zijn die het operationeel functioneel beheer kunnen voeren over een applicatie. Bij vakantie of ziekte is de continuïteit dan de applicatie dan geborgd.

3. Functioneel beheer is een vak apart

Beleg het operationeel functioneel beheer niet bij een ‘superuser’ van de applicatie. De benodigde vaardigheden en competenties van een functioneel beheerder zijn wezenlijk anders dan die van een vakinhoudelijk medewerker. De praktijk leert tevens dat de prioriteit van een vakinhoudelijk medewerker altijd bij de afhandeling van het bedrijfsprocesEen geordende reeks werkprocessen die binnen één organisatie wordt uitgevoerd met als doel om een (combinatie van) dienst(en) te leveren aan een burger, bedrijf of andere organisatie. zal liggen en niet bij de continuïteit of doorontwikkeling van de applicatie.

4. Wijs verantwoordelijken aan als eigenaar van een informatiesysteem

Er is een grijs gebied tussen functioneel beheer en het beheer van de content in applicaties. Het beheer van de content is nadrukkelijk de taak van business. Dit wordt lastiger bij ketens en kernregistraties die afdeling overstijgend zijn. De functioneel beheerder kan vanuit zijn expertise de business adviseren bij het in beeld brengen van de keten en het inrichten van ketenregie op de informatie.

5. Gebruik BISL als leidraad om functioneel beheer en informatiemanagement in te richten

De VeRADe Veiligheidsregio Referentiearchitectuur (VeRA) geeft regio’s een richtlijn voor de inrichting van de integrale informatiehuishouding. Zonder informatiedeling kan de veiligheidsregio haar inwoners niet goed tegen risico’s beschermen. adopteert BISL als raamwerk om functionele gebruikersbehoefte te vertalen naar functionele specificaties. BISL zijn best practices om functioneel beheer en informatiemanagement in te richten