Begrippen
Hier onder staan de collecties met de afzonderlijke begrippen, voor alle 293 begrippen, zie Categorie:Begrippen
Bedrijfsvoering (6)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Basisregistratie | Een bij wet als basisregistratie aangemerkte registratie. |
| Basisregistratie Personen | De Basisregistratie Personen (BRP) is een basisregistratie in ontwikkeling (programma Modernisering GBA). De BRP bevat persoonsgegevens over alle ingezetenen van Nederland en over personen die niet in Nederland wonen - of hier slechts kort verblijven - maar die een relatie hebben met de Nederlandse overheid, de 'niet-ingezeten'. |
| Veiligheidsregio Referentiearchitectuur | De Veiligheidsregio Referentiearchitectuur (VeRA) geeft regio’s een richtlijn voor de inrichting van de integrale informatiehuishouding. Zonder informatiedeling kan de veiligheidsregio haar inwoners niet goed tegen risico’s beschermen. |
| bedrijfshulpverlening | De tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk. |
| kernregistratie | Gegevensbronnen die door meerdere processen en systemen kunnen worden gebruikt, niet zijnde een Basisregistratie. |
| referentiecomponent | Een referentiecomponent is een type applicatiecomponent. De ArchiMate definitie van een applicatiecomponent is: Een modulair, zelfstandig inzetbaar en vervangbaar deel van een systeem, dat zijn functionaliteit aanbiedt via goed gedefinieerde interfaces. Applicatiecomponenten stellen functionaliteit beschikbaar, die gebruikt wordt om de applicatiediensten mee te leveren. |
Bevolkingszorg (9)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Algemene Plaatselijke Verordening | Is van toepassing op voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen en passages. Voor afsluitbare ruimten geldt de APV alleen gedurende de tijd dat zij niet zijn afgesloten. De mogelijkheid van afsluiting, bijvoorbeeld bij afsluitbare winkelpassages speelt op zich geen rol, het feitelijk voor het publiek toegankelijk zijn bepaalt of de APV van toepassing is. |
| Keurmerk Veilig Ondernemen | Maakt het mogelijk om op een gestructureerde manier de veiligheid van winkelgebieden en bedrijventerreinen te verbeteren. |
| Officier van Dienst Bevolkingszorg | Start en leidt de bevolkingsprocessen op de plaats van het incident. |
| Regeling Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens | Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) |
| afvoervoorziening | Rioleringssysteem voor het afvoeren van voornamelijk regenwater, eventueel verontreinigd met afvalstoffen van het verkeer. Daarnaast wordt rekening gehouden met het afvoeren van water afkomstig van lekkage van de constructie, bluswater, schoonmaakwater, door verkeer verloren vloeistoffen en bij calamiteiten vrijgekomen vloeistoffen. |
| arbeidsomstandighedenbesluit | Hierin staat o.a. genoemd dat een bedrijf of organisatie voorzieningen moet treffen voor het afhandelen van calamiteiten. Dit besluit is primair genomen ter bescherming van de werknemers; secundair ook ter bescherming van andere aanwezigen zoals publiek. Dit resulteert in het hebben van een geoefende bedrijfshulpverlening (BHV) en van een bedrijfsnoodplan (calamiteitenplan), waar een ontruimingsplan deel van uitmaakt. |
| arbeidsomstandighedenwet | Een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. |
| nazorg | Nazorg omvat alles dat nodig is om zo snel mogelijk terug te keren naar een 'normale’ situatie. |
| openbare plaats | Een openbare plaats is een plaats die door bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. In de eerste plaats zijn dit 'de straat' en 'de weg' in de ruimste zin van het woord. Daarnaast bevat het begrip nog een aantal andere plaatsen die een met de weg vergelijkbare functie vervullen en daarom als het 'verlengde' van de weg kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden zijn: openbare plantsoenen, speelweiden en parken en de vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages en van winkelgalerijen. |
Brandweer (114)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion | De ontploffing van een tot vloeistof verdicht gas, zoals een LPG-tank. |
| C2000-infrastructuur | Het geheel van vast opgestelde zendontvangers, schakelcentrales, apparatuurruimten, vaste verbindingen, (netwerk)beheersystemen, alsmede overige daarmee samenhangende technische componenten en bijbehorende faciliteiten die onlosmakelijk met de C2000-infrastructuur of het beheer daarvan zijn verbonden, waarmee voorzien wordt in mobiele communicatie van gebruikers. |
| Computational Fluid Dynamics | Numerieke methode om stroming van vloeistoffen en gassen te voorspellen. Wordt gebruikt om in complexe situaties te voorspellen hoe bij brand warmte en rook zich verspreiden, of hoe bij een explosie een drukgolf zich uitbreidt. |
| Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding | Sinds 1 november 2012: Brandweer Nederland. |
| Officier van Dienst Brandweer | Geeft leiding aan brandweereenheden binnen het inzetvak bij de bestrijding van het incident. |
| PRIO 1 | Melding waarbij er sprake is van de noodzaak om zo snel mogelijk ter plaatse te gaan en waarbij sprake is van een dringende taak. |
| PRIO 2 | Melding waarbij er sprake is van de noodzaak om snel ter plaatse te gaan, maar waarbij niet direct sprake is van een dringende taak. |
| RBM II | Computerprogramma voor het berekenen van externe veiligheidsrisico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen. |
| Required Safe Egress Time | Tijd die nodig is om te vluchten; omvat zowel detectietijd, reactietijd als de daadwerkelijke vluchttijd. Te toetsen aan de Available Safe Egress Time (ASET). |
| RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu | Dit is een Nederlands instituut dat in opdracht van de overheid onderzoek doet op het gebied van volksgezondheid, milieu en natuur. Het is een zelfstandig onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. |
| Risk Ranking Points | Risico-ordeningsmethodiek waarbij de meest relevante scenario’s worden bepaald. |
| SAFETI-NL | Computerprogramma voor het berekenen van externe veiligheidsrisico’s van het gebruik en de opslag van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. |
| Short Data Service | Korte tekstberichten die vanaf een randapparaat verstuurd kunnen worden, zoals een SMS op een mobiele telefoon. |
| Special Coverage Location-beleid | Het door de minister van BZK gepubliceerde beleid inzake het aan de C2000-infrastructuur koppelen van Special Coverage Locations (SCL’s). SCL’s zijn objecten waarbinnen geen ‘natuurlijke dekking’ is van de opstelpunten en waarbij een lokale elektrotechnische installatie de C2000-communicatie tussen binnen en buiten verzorgt (Stcrt. 2005, 205). |
| Terrestial Trunked Radio | Tetra of TErrestiaI Trunked Radio is de technische standaard die voor de radiocommunicatie voor C2000 wordt gebruikt. |
| VeiligheidsEisen voor SpoorTunnels | Europese Technische Specificatie voor Interoperabiliteit (TSI), vertaald voor de Nederlandse implementatie. |
| Vultijden Model | Rekenmodel, ontwikkeld door TNO, voor tijdafhankelijke bepaling van de rookvultijd. |
| Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag | WBDBO staat voor Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag tussen twee ruimtes; de kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van de ene ruimte naar de andere ruimte (NEN 6088). |
| aanrijtijd | Benodigde tijd om na alarmering op de incidentlocatie te arriveren. |
| aanvalsplan | Plan dat vóór de ingebruikname van een ruimte is opgesteld door de brandweer. Dit plan bevat alle informatie die de brandweer nodig heeft om snel en effectief te kunnen werken. |
| affiliationlist | Lijst van deelnemers (ingeschakelde randapparaten) in een bepaalde gespreksgroep |
| alert-toon | Attentie-signaal bedoeld om de randapparaatgebruiker ergens op te attenderen. Er zijn drie alert tonen beschikbaar |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
| bluswatervoorziening | Een (uitvoerings)maatregel om bluswater beschikbaar te hebben of te krijgen. |
| brandkranen | Brandkranen zorgen voor de levering van water aan brandweerpompen of direct aan hierop aan te sluiten slangen. Ze kunnen zowel ondergronds als bovengronds zijn geplaatst. |
| brandrisicoklasse luchthaven | Risicoklasse waarin een luchthaven, voor de brandweervoorzieningen wordt ingedeeld aan de hand van het aantal vliegtuigen en de afmetingen daarvan dat van de luchthaven gebruikmaakt, of de risicoklassen waarin een vliegtuig voor de brandbestrijding wordt ingedeeld aan de hand van de totale lengte en rompbreedte van dat vliegtuig. |
| crashtender | Brandweervoertuig dat voornamelijk wordt ingezet op luchthavens bij de bestrijding van de gevolgen van ongevallen met vliegtuigen. |
| decontaminatie | Onder decontaminatie of ontsmetting wordt het geheel van maatregelen verstaan dat in de repressieve fase dient te worden genomen om mens, dier, objecten en omgeving vrij te maken van de besmettende stof of stoffen, zodanig dat daardoor geen verdere gezondheidsschade meer kan ontstaan. |
| detectietijd | De tijd die verstrijkt tussen het ontstaan van een, ongewenste, gebeurtenis of incident, zoals brand of gaslekkage en het vaststellen ervan. |
| draagbare blusmiddelen | Draagbare apparaten die zijn bedoeld voor het bestrijden van het begin van een brand. |
| droge blusleiding | Een droge blusleiding bestaat uit een voedingsaansluiting op de begane grond, een pijpleiding en aftakkingen op elke verdieping en is meestal bedoeld voor hogere, maar ook voor horizontaal uitgestrekte of voor ondergrondse gebouwen. Droge blusleidingen zijn vorstbestendig en stellen de brandweer in staat op een snelle wijze water van de begane grond te transporteren naar een plaats diep in het gebouw, zoals hoger of lager gelegen verdiepingen. |
| effectbenadering | Benadering waarbij risico’s beschouwd worden vanuit het effect van een mogelijke calamiteit, ongeacht de kans dat deze calamiteit daadwerkelijk plaatsvindt. |
| effectgebied | Het effectgebied van een risicobron geeft aan tot op welke afstand er directe gezondheidseffecten kunnen optreden wanneer een ernstig ongeval bij de risicobron plaatsvindt. De kans op de calamiteit is in het effectgebied niet verrekend. De in het Besluit externe veiligheid inrichtingen genoemde invloedsgebieden hebben dezelfde omvang als het effectgebied, tenzij in de uitvoeringsbesluiten het invloedsgebied voor een specifieke stof anders is gedefinieerd. |
| encryptie | Beveiliging van berichten door digitale codering (ook wel versleuteling). |
| fn-curve | Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde fN-curve. Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. De curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (f) dat in één keer een groep van ten minste die omvang komt te overlijden. |
| hulpverleningsvoertuig | Een brandweervoertuig dat specifiek ingericht is voor technische hulpverlening. |
| invloedsgebied | Gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de grens van het effectgebied, tenzij in de bij het besluit behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof een ander invloedsgebied is gedefinieerd. |
| kwetsbare objecten | Woningen (meer dan twee per hectare); Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; 2. 2 complexen, waarin meer dan vijf winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar. |
| milieuvergunning | Een vergunning op basis van de Wet milieubeheer. Het betreft een administratieve vergunning, die de technische bepalingen bevat die de vergunninghouder moet naleven opdat zijn installaties geen of minimale hinder of gevaar vormen voor de onmiddellijke omgeving en geen of minimale schade aan het milieu toebrengen. |
| mobiele communicatiediensten | Voor de Gebruikers beschikbare diensten die bestaan uit het overbrengen van signalen via het C2000 netwerk. |
| monitoring | Een continu evaluatieprogramma om bepaalde ontwikkelingen te volgen. |
| multi-select | Een methode om meerdere radio's zodanig te combineren in een groep dat ze alle tegelijkertijd opgeroepen kunnen worden. |
| multigroep | Twee of meer gespreksgroepen kunnen in een multigroep gecombineerd worden in een trunkingsysteem. |
| niet-categoriale inrichtingen | Inrichtingen die niet binnen categorieën van het Bevi vallen. Voor de bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet daarom een risicoanalyse worden uitgevoerd. |
| noodoproep | Oproep met de hoogst mogelijke prioriteit. Noodoproepen kunnen zowel door een bedienaar als door een radio gegenereerd worden. |
| overdruk | Plotselinge stijging in de luchtdruk door de drukgolf van een explosie. |
| paging | Verzenden van een alarmeringssignaal met tekstberichten via het P2000 systeem. |
| peloton | Een organisatorische eenheid binnen de brandweer bij de bestrijding van brand of andere incidenten. Een peloton heeft een vastgestelde structuur en kan in principe zelfstandig opereren. |
| plaatsgebonden risico | Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. |
| proactie | Wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid. Er bestaat zekere mate van overlap met preventie. |
| push to talk-toets | Knop op randapparaat die ingedrukt moet worden om een bericht te verzenden, ook wel spreeksleutel genoemd. |
| randapparatuur | Met de C2000-infrastructuur te gebruiken mobilofoons, portofoons, alarmontvangers en mobiele data terminals. |
| risico-inventarisatie | Een overzicht van risicovolle situaties binnen de regio die tot brand, ramp of crisis kunnen leiden en een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de regio kunnen voordoen. |
| risicoanalyse | Het inzichtelijk maken van de risico’s voor individuele personen, bevolkingsgroepen, eigendommen en de omgeving. Een risicoanalyse omvat zowel de scenarioanalyse (SCeA) als kwantitatieve risicoanalyse (QRA). |
| risicobeheersing | Alle activiteiten die een vroegtijdige structurele aandacht voor integrale veiligheid bevorderen en die gericht zijn op het zoveel mogelijk voorkomen van onveilige situaties en omstandigheden, waaronder het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid (proactie) en het beperken en beheersen van gevolgen van inbreuken op de veiligheid (preventie). |
| risicobenadering | In de risicobenadering wordt de kans op een bepaald effect(in het externe veiligheidsbeleid worden letale slachtoffers binnen het effect beschouwd) beschouwd. |
| risicobeoordeling | Een analyse waarin weging en inschatting van gevolgen van soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. |
| risicobron | Een object, infrastructuur of natuurlijke omstandigheid die kan leiden tot een brand, ramp of crisis. |
| risicocontact | Personen bij wie geen ziekte(verschijnselen) zijn geconstateerd, maar die mogelijk wel besmet zijn. |
| risicocontouren | Een risicocontour geeft aan hoe hoog in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron. Deze contourlijnen kan men vergelijken met de gewone hoogtelijnen op een kaart: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. |
| risicodiagram | Een tweedimensionaal diagram waarin de oordelen over impact en waarschijnlijkheid van de scenario’s worden samengebracht. Op basis van dit diagram kan een clustering naar ernst van het scenario worden aangebracht. |
| risicokaart | Een openbare geografische kaart (per provincie, maar gebaseerd op een landelijke database) waarop de in de veiligheidsregio’s aanwezige plaatsgeboden en geografisch te onderscheiden risico’s zijn aangeduid, op basis van de indeling van het risicoprofiel. |
| risicoperceptie | Risicoperceptie gaat over subjectieve beleving, het veiligheidsgevoel. Het is de inschatting van een aantal factoren, zoals ernst (groot of gering), beheersbaarheid (laag of hoog), vertrouwen in instanties (laag of hoog) en openheid (gering of groot) dat mensen meer of minder bang maakt. Als mensen bang zijn, is de kans groot dat ze een bepaald gebied met een hoge risicoperceptie mijden. Een ondergrondse ruimte zit vaak aan de risicovolle kant. |
| risicoprofiel | Het risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit aangrenzende gebieden. |
| risicoreducerende maatregelen | Maatregelen die zorgen voor het stroomlijnen van processen en het reduceren dan wel voorkomen van risico’s. |
| risicovolle situatie | Een samenstel van een of meerdere risicobronnen en kwetsbaarheden die kunnen leiden tot een ramp of crisis. |
| rook- en warmteafvoerinstallatie | Installatie voor de afvoer van rook en warmte in een gebouw(deel) via rookluiken of ventilatoren, veelal gekoppeld aan een automatische brandmeldinstallatie. |
| rookbeheersing | Maatregelen die worden getroffen om de verspreiding en uitbreiding van rook te beïnvloeden. |
| rookcompartiment | Gedeelte van één of meer gebouwen bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van rook in de beginfase van een brand. |
| rookmelder | Een rookmelder (soms brandmelder genoemd) is een apparaat dat alarm slaat na detectie van rookdeeltjes (aërosols), die kunnen wijzen op een (beginnende) brand. Een rookmelder kan een zelfstandig apparaat zijn, maar steeds vaker zijn rookmelders verbonden met een brandmeldinstallatie. |
| rookscherm | Hittevast (ruimtescheidend) element bedoeld om de rookverspreiding te beperken (NEN 6093). |
| rookvrije laag | Gedeelte van de ruimte onder de rooklaag gemeten vanaf de vloer van de ruimte tot de onderzijde van de rooklaag. |
| rookvrije vluchtroute | Een van rook gevrijwaarde route die begint bij een toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift. |
| rookwarmteafvoer | Een Rook- en WarmteAfvoersysteem (ook wel Rookbeheersingssysteem) dient in geval van brand de rook doeltreffend uit een bouwwerk te voeren. Hierdoor ontstaat een rookvrije vluchtweg voor de aanwezigen. |
| rookweerstand | Tijd waarin een scheidingsconstructie weerstand biedt tegen rookverspreiding (NEN 6075 of NEN-EN 1634-3). |
| safety cases | Safety cases zijn dossiers, die de veiligheid van een systeem aantonen en borgen. |
| spraakbericht | Gesproken woord van een centralist of randapparaatgebruiker. |
| status bericht | Code voor een toestand waarin een bepaald randapparaat (-gebruiker) zich bevindt, bijvoorbeeld “terplaatse”, “aanrijdend” of “niet beschikbaar”. |
| subscriberbeheer | Het invoeren, wijzigen, verwijderen en onderhouden van kenmerken en mogelijkheden van randapparatuur in de verschillende gegevenssystemen van het C2000 netwerk. |
| tankautospuit | Een tankautospuit, afgekort TS is een type voertuig dat de brandweer normaal gesproken inzet als basisvoertuig. Het voertuig is zo ingericht dat de eerste slag geslagen kan worden bij brandbestrijding of ongevallen. |
| technopreventieve beveiliging | Technologische beveiligingsystemen zoals inbraak- en overvalbeveiliging, om criminaliteitspreventie te regelen. |
| toegang van een gebruiksfunctie | Toegang tot het aansluitende terrein, een gemeenschappelijke verkeersruimte, een gemeenschappelijk verblijfsgebied of een ruimte van een andere gebruiksfunctie, ter plaatse waarvan een route begint die uitsluitend door niet-gemeenschappelijke ruimtes van de gebruiksfunctie naar een punt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied voert. |
| trappenhuis | Een trap of trappenhuis, uitsluitend bestemd om het bouwwerk te ontvluchten. |
| trunking | Een methode om een beperkt aantal kanalen te verdelen onder meerdere radio's, die gebaseerd is op het principe, dat met alle radio's op hetzelfde moment in gebruik zijn. In trunking systemen wort de centrale trunking controller naar behoefte kanalen toe aan de gesprekken. |
| uitgangsstelling | Een uitgangsstelling, afgekort UGS, is een plaats waar hulpdiensten door de alarmcentrale naar toe worden gestuurd, voordat men een rampterrein opgaat. |
| veilige plaats | Wat een veilige plaats/ruimte is, wordt bepaald door het soort incident. Een veilige plaats in het geval van brand hoeft geen veilige plaats te zijn in het geval van een overstroming. Essentieel hierbij zijn de omstandigheden en mogelijke belemmeringen om op een veilige plaats te komen. Bij een fysieke bedreiging door brand zal een veilige plaats veelal buiten het object liggen. |
| veiligheidsacties | Vijf mogelijke acties om aan veiligheid te werken: Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie en Nazorg. |
| veiligheidsbeheerplan | Het veiligheidsbeheerplan is het instrument met behulp waarvan de beheerder in de gebruiksfase het afgesproken veiligheidsniveau handhaaft. |
| veiligheidscriteria | Criteria die men toepast om te bepalen of wordt voldaan aan de eisen voor het veiligheidsniveau. |
| veiligheidsdossier | Een verzameling documenten, die betrekking hebben op veiligheid. Het bevat vastleggingen van gemaakte keuzes en onderbouwingen ervan. Documenten kunnen worden ingebracht door verschillende partijen. De beheerder is verantwoordelijk voor het onderhouden van het veiligheidsdossier. |
| veiligheidseffectrapportage | De Veiligheidseffectrapportage (VER) bestaat uit een aantal activiteiten gekoppeld aan het plannings- en bouwproces. De VER beperkt zich dus niet tot een eenmalige activiteit of het eenmalig opstellen van een rapport, maar de uitvoering ervan loopt mee gedurende het gehele plan. De VER-modules gaan gelijk op met de bouwfasen van een project. De VER omvat zowel sociale als fysieke veiligheid. |
| veiligheidseisen | Een verzameling van proceseisen, bouw- en gebruiksvoorschriften waaraan onderdelen van het bouwwerk in ieder geval moeten voldoen. |
| veiligheidsketen | De veiligheidsketen is een operationalisatie van het veiligheids- beleid, bestaande uit de ketens proactie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. |
| veiligheidsniveau | De ambitie om een bepaald veiligheidsniveau te halen bepaalt welke veiligheidsmaatregelen en - voorzieningen worden getroffen. De ondergrens van het veiligheidsniveau is vaak wettelijk vastgelegd (o.a. in het Bouwbesluit 2012). Het veiligheidsniveau kan worden bepaald met een risicoanalyse. |
| veiligheidsregio | Regionaal samenwerkingsverband van o.a. gemeenten, brandweer en geneeskundige hulpverlening. |
| veiligheidsscan | Verkennend onderzoek naar fysieke en sociale veiligheidsaspecten waarbij tijdig de veiligheidsmaatregelen, de installaties en de beheermaatregelen in beeld komen. |
| veiligheidstrappenhuis | Trappenhuis waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert en dat in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet-besloten ruimte. |
| verblijfsgebied | Gedeelte van een gebruiksfunctie met ten minste een verblijfsruimte, bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimtes anders dan een toiletruimte, een badruimte, een technische ruimte of een verkeersruimte. |
| verblijfsruimte | Ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden. |
| verkeersafwikkeling | Veiligheidvoorzieningen die zijn gericht op een veilige en ongehinderde doorstroming van het verkeer, alsmede het zo goed als redelijkerwijs mogelijk voorkomen van incidenten en ingrijpen bij verstoringen in het verkeer. |
| verkeersroute | Route die begint bij een toegang van een ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt bij de toegang van een andere ruimte. |
| verkeersruimte | Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte. |
| vlinderdasmodel | De keten oorzaken - incident - gevolgen. Het incident staat hierbij centraal. |
| vloerafscheiding | Voorzieningen die worden getroffen aan de rand van een vloer, die het risico op letsel ten gevolge van val vanaf de begrenzing van de vloer dienen te beperken. |
| vluchtroute | Route die bij brand en/of andere calamiteiten in een gebouw kan worden gebruikt om het gebouw zo snel mogelijk te verlaten. Een vluchtroute is een route die vanaf een verblijfplaats in het bouwwerk leidt naar een veilige plaats en die voldoet aan de veiligheidseisen. |
| vluchttijd | Beschikbare tijd om een veilige plaats te bereiken. Zowel de beschikbare als de benodigde tijd. |
| vluchttrappenhuis | Trappenhuis waardoor een rookvrije vluchtroute voert. |
| vluchtweggeometrie | Eisen die gesteld worden aan de afmetingen van doorgangen en deuren voor het ongehinderd vluchten. |
| worst case scenario | Maximale effect scenario. |
| zelfredzaamheid | Zelfredzaamheid is de mate waarin (initieel zelfredzame) gebruikers van een gebouw in staat zijn, zonder hulp van buiten, te vluchten naar een veilige plaats. |
| zelfredzaamheid | Zelfredzaamheid is het vermogen van burgers om zichzelf in veiligheid te brengen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners bij de dreiging van, of het optreden van een gevaarlijke situatie. |
| zelfredzame personen | Personen die tijdens het incident in staat zijn om naar een veilige ruimte te vluchten. |
| zendprioriteiten | De voorziening, waarmee een bedienaar of een radio met een hogere prioriteit een kanaal kan overnemen van een bedienaar of een radio met een lagere prioriteit. |
| zichtlengte | De afstand waarover objecten nog waargenomen kunnen worden in een situatie waarbij het zicht gehinderd wordt door rookdeeltjes in de lokale atmosfeer. Onderscheid: het soort object dat moet worden waargenomen, of het lichtgevend of reflecterend is en de optische karakteristiek van de rook en de lichtsterkte in de omgeving. |
CrisisbeheersingEnRampenbestrijding (130)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Aeronautical Information Package | Publicatie van de autoriteiten met informatie die belangrijk is voor de luchtvaart. Het bevat met name informatie over luchthavens, procdures, die vliegen veilig moet maken. |
| Air Accidents Investigation Branch | Vergelijkbaar met de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid. |
| Airside Operations Manager | Eindverantwoordelijke voor primaire luchthavenprocessen aan airside op luchthaven Schiphol. |
| Algemene Maatregel van Bestuur | Een AMvB is een besluit van de regering, waarin wettelijke regels nader worden uitgewerkt. De meeste AMvB's berusten op een formele wet. |
| Auxiliary Power Unit | Is een faciliteit aan boord van een vliegtuig die energie levert bij het opstarten van de motoren en, indien de motoren uit staan, voorziet in spanning voor diverse installaties aan boord van een vliegtuig. |
| Available Safe Egress Time | Beschikbare tijd na het ontstaan van een incident, waarbinnen de condities op de vluchtroutes voldoende veilig zijn voor ontvluchting. |
| Bedrijfs Opvang Team | Een collegiaal team dat laagdrempelige en toegankelijke zorg biedt bij verwerking van incidenten. |
| Commando Plaats Incident | Een commando plaats incident is belast met de operationele leiding ter plaatse, de afstemming met andere betrokken partijen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, en het adviseren van het regionaal operationeel team. |
| Departementaal Coördinatie Centrum | Het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (DCC-IenW) speelt een centrale rol bij het ondersteunen en coördineren van calamiteiten, crises en rampen op het gebied van infrastructuur, milieu, klimaat en water. |
| Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure | Naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt. In deze procedure is de centrale gedachte dat grotere incidenten meer onderling gecoördineerd afgehandeld moeten worden. Omdat er meer middelen en bestuurslagen betrokken (kunnen) raken, moet er multidisciplinair afgestemd worden over de incidentbestrijding. |
| Koninklijke Luchtmacht | Nederlands krijgsmachtdeel |
| Koninklijke Marechaussee | Voert de politietaken uit binnen de aangewezen grenzen van het luchtvaartterrein en houdt onder andere toezicht op de uitvoering van beveiligingsmaatregelen. |
| Koninklijke Marine | Nederlands krijgsmachtdeel |
| Landelijk Operationeel CoördinatieCentrum | Draagt namens de minister van Veiligheid en Justitie zorg voor de coördinatie van de bijstand- en steunverleningaanvragen en de afstemming tussen operationele diensten. |
| Landelijk Team Forensische Opsporing | Dit is een samenwerkingsverband van de Nederlandse politie, het Nederlandse Ministerie van Defensie en het Nederlands Forensisch Instituut. Het wordt aangestuurd door de lokale Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden. |
| Militaire Luchtvaart Autoriteit | Borgt en stimuleert de militaire luchtvaartveiligheid. De uitvoerbaarheid van militaire missies staat daarbij voorop. De Militaire Luchtvaart Autoriteit stelt de eisen op en publiceert ze namens de minister van Defensie. De onafhankelijk toezichthouder houdt toezicht op de naleving. Als de eisen onvoldoende worden nageleefd dan handhaaft de Militaire Luchtvaart Autoriteit . |
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Dit ministerie draagt in de eerste plaats de zorg voor de volksgezondheid. Dit betreft onder andere het beleid met betrekking tot ziekenhuizen, geneesmiddelen, ziektekosten en huisartsen. Verder is het ministerie verantwoordelijk voor het preventiebeleid, de preventieve gezondheidszorg, de publieke gezondheid en de voedselveiligheid. Ook het welzijnsbeleid zoals de ouderenzorg, het jeugdbeleid, het sociaal-cultureel werk, de verslaafdenzorg en de maatschappelijke dienstverlening, behoort tot het taakveld. Daarnaast is het ministerie verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de sport. |
| Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid | Een instantie van de Nederlandse overheid die in 2012 werd ingesteld om Nederland te beschermen tegen bedreigingen die de maatschappij kunnen ontwrichten. Samen met partners binnen overheid, wetenschap en bedrijfsleven zorgt de NCTV ervoor dat de Nederlandse vitale infrastructuur veilig is én blijft. Sinds de oprichting van de NCTV is er binnen de Rijksoverheid één organisatie verantwoordelijk voor terrorismebestrijding, cyber security, nationale veiligheid en crisisbeheersing. De focus ligt op het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting. |
| Nationaal CrisisCentrum | Ondersteunt de besluitvorming bij een crisis. Het maakt onderdeel uit van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. |
| Nationaal VoorlichtingsCentrum | Dit is een onderdeel van het NCC. Het ondersteunt de beleidsteams - het interdepartementaal beleidsteam (IBT) en het ministeriële beleidsteam (MBT) - bij een grote ramp of crisis. |
| National Transportation Safety Board | Een agentschap van de Amerikaanse overheid dat zich bezighoudt met het onderzoeken van ongelukken, waaronder vliegtuig-, trein- en andere rampen, die optreden in het civiel transport binnen de VS, of buiten de VS als er Amerikaanse transportmiddelen bij betrokken zijn. |
| Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum | Het centrale instituut voor luchtvaart- en ruimtevaartonderzoek in Nederland. Sinds 1937 is het een zelfstandige stichting zonder winstoogmerk, die technologische ondersteuning verschaft aan de lucht- en ruimtevaartsector. Die sector omvat industrieën, gebruikers van militaire en civiele vliegtuigen, beheerders van luchthavens, luchtverkeersleidingsorganisaties, overheidsinstanties en internationale organisaties. |
| Nederlandse Vereniging van Luchthavens | Organisatie waarvan de Nederlandse General Aviation vliegvelden, de regionale luchthavens en Schiphol deel uitmaken. Door haar bundeling van expertise de brancheorganisatie van de Nederlandse burgerluchthavens en gesprekspartner voor de overheid en andere relevante partijen op het gebied van alle technisch / operationele en beleidsvragen m.b.t. de Nederlandse burgerluchthavens. |
| Noord-Atlantische Verdragsorganisatie | Een na de Tweede Wereldoorlog opgerichte organisatie ter ondersteuning van het Noord-Atlantische Verdrag dat in Washington op 4 april 1949 werd getekend. Het NAVO-hoofdkwartier is gevestigd in de Brusselse plaats Haren. De NAVO is de tegenhanger van de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie, een militaire bondgenootschap van Rusland en vijf andere ex-leden van de Sovjet-Unie. |
| Notification To the Captain in Command | Wordt op gesteld door luchtvaartmaatschappij of afhandelaar en is een vrachtbrief voor het luchtvaartuig. Hierin staat: aantal passagiers en crew en vracht. Zodra het vliegtuig is vertrokken stuurt de luchthaven van vertrek de informatie per fax naar de luchthaven van ontvangst. |
| Officier van Justitie | Een officier van justitie is in Nederland een algemeen opsporingsambtenaar en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie. H |
| Omgevingswet | Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om vergunningen voor bouwprojecten aan te vragen. De Crisis- en herstelwet (Chw) maakt dit nu al mogelijk, bijvoorbeeld door bestaande regels aan te passen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. |
| Onderzoeksraad Voor Veiligheid | De Onderzoeksraad voor Veiligheid is een zelfstandig bestuursorgaan in Nederland dat na rampen, grote ongevallen of andersoortige incidenten onderzoek kan doen naar de oorzaken en gevolgen van het betreffende incident. |
| Particuliere Alarm Centrale | Particuliere alarmcentrales ontvangen alarmsignalen van alarmsystemen van organisaties en particulieren. Zo zorgen voor een opvolging van het signaal door bijvoorbeeld surveillancewagens uit te sturen of het signaal door te geven aan hulpdiensten. |
| Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen | Regels over de aanleg, inrichting, uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de veiligheid staan in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). |
| Regionaal Beleidsteam | Het Regionaal Beleidsteam heeft in Nederland de leiding over rampenbestrijding ten tijde van een ramp die de grens van een gemeente overstijgt of dreigt te overstijgen. Het regionaal beleidsteam opereert doorgaans op het niveau van een van de 25 veiligheidsregio's. Het regionaal beleidsteam hoort zich in principe niet te bemoeien met de operationele gang van zaken maar moet de grote lijnen uitzetten en beslissingen nemen over risicosituaties en bijvoorbeeld evacuaties. |
| RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu | Dit is een Nederlands instituut dat in opdracht van de overheid onderzoek doet op het gebied van volksgezondheid, milieu en natuur. Het is een zelfstandig onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. |
| Risk Ranking Points | Risico-ordeningsmethodiek waarbij de meest relevante scenario’s worden bepaald. |
| Severe Acute Respiratory Syndrome | Severe Acute Respiratory Syndrome of SARS is een besmettelijke ernstige acute ademhalingsziekte die soms levensbedreigend is. |
| Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden | Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden' (SGBO). Dit is een bevelstructuur speciaal voor een (terroristische) crisis, (dreigende) rampen en calamiteiten. De SGBO werkt onder het lokaal bevoegd gezag van de burgemeester of de (hoofd)officier van justitie en leidt de inzet van de politie. De SGBO fungeert als een belangrijke informatiebron voor het overleg van de burgemeester, de korpschef van de politie en de (hoofd)officier van justitie (de driehoek). |
| Standardization Agreement | STANdardization AGreement dat binnen de NAVO opgesteld is. |
| Systems Engineering | Systems Engineering is een gestructureerde specificatie- en ontwerpmethode. |
| Uitvoeringsoverleg Alerteren | Het UOA is een afstemmingsoverleg waarin n.a.v. het gewijzigde alerteringsniveau voor de sector Burgerluchtvaart de eventueel toe te passen maatregelen worden geformuleerd. Het UOA adviseert aan de NCTV. Het UOA bestaat uit een kernteam, dat afhankelijk van de omstandigheden kan worden uitgebreid. |
| World Health Organisation | De Wereldgezondheidsorganisatie is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties gevestigd in Genève met als doel wereldwijde aspecten van de gezondheidszorg in kaart te brengen, activiteiten op het gebied van de gezondheidszorg te coördineren en de gezondheid van de wereldbevolking te bevorderen. |
| Ziekenhuis Rampen Opvang Plan | Ziekenhuis Rampen Opvang Plan. Dit plan beschrijft de interne ziekenhuisorganisatie vanaf de melding van een ramp door de meldkamer ambulancezorg (MKA). |
| aanvalsroute | De aanvalsroute beschrijft langs welke route de openbare hulpdiensten, OHD, een bepaald object zullen benaderen bij het optreden van een calamiteit. |
| afhandelaar | Organisatie die grondafhandeling van vliegtuigen voor haar rekening neemt. Onder grondafhandeling vallen diensten die op een luchthaven aan luchtvaartmaatschappijen worden verleend, zoals het in- en uitstappen van passagiers, bagage, post, vracht, tanken, schoonmaken, cateren, ijs- en sneeuwvrij maken van het vliegtuig en het voorbereiden van de uitgaande vlucht. Met andere woorden: alle activiteiten rondom het vliegtuig na aankomst en voor vertrek, met uitzondering van technische inspecties. |
| airside | Dat gedeelte van het luchthavengebied dat gebruikt wordt voor het starten, landen, opstijgen, taxiën, slepen, parkeren en afhandelen van vliegtuigen. |
| beeldvorming | Het op basis van de beschikbare feiten opbouwen van een mentaal model van een incident en de ingezette capaciteiten. Beeldvorming is uiteindelijk gericht op een mentaal model, een beeld ‘tussen de oren’. |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
| beleidsplan | Een strategisch plan dat zich richt op essentiële keuzes ten aanzien van crisisbeheersing en rampenbestrijding. |
| besluitvorming | Het expliciteren van een bepaald, gemotiveerd besluit. |
| brandrisicoklasse luchthaven | Risicoklasse waarin een luchthaven, voor de brandweervoorzieningen wordt ingedeeld aan de hand van het aantal vliegtuigen en de afmetingen daarvan dat van de luchthaven gebruikmaakt, of de risicoklassen waarin een vliegtuig voor de brandbestrijding wordt ingedeeld aan de hand van de totale lengte en rompbreedte van dat vliegtuig. |
| calamiteitenbestrijdingsplan | Beschrijft hoe incidenten, in het bijzonder calamiteiten, worden afgehandeld door het personeel van de beheerder samen met de hulpdiensten en andere partijen. Het plan moet afgestemd zijn met de hulpdiensten. |
| calamiteitenplan | Plan van de exploitant waarin omschreven is hoe de calamiteitenorganisatie is georganiseerd en hoe deze samenwerkt met de overheid en andere relevante partijen. |
| crisis | Een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. |
| crisisbeheersing | Het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde. Indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die ter zake van een crisis worden getroffen op basis van een bij/krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid. |
| crisispartner | Organisatie buiten de veiligheidsregio die wettelijke taken of bevoegdheden heeft bij het waarborgen van vitale belangen of die door zijn functie in de samenleving, zijn expertise en capaciteiten een rol kan spelen bij de crisisbeheersing. |
| fysieke veiligheid | Fysieke veiligheid betreft de bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door fysieke bedreigingen. Fysieke bedreigingen ontstaan uit (combinaties van) mechanische, chemische, biologische of fysische gevaren. |
| grootschalig incident | Incident dat gezien de aard en/of de omvang substantiële coördinatie van de uitvoering van uitvoerend werk op het gebied van bevolkingszorg, politiezorg, brandweerzorg en/of gezondheidszorg noodzakelijk maakt. |
| incidentmanagement | Het afhandelen van incidenten en de voorbereiding daarop. |
| kaping | Het met geweld, of onder bedreiging met geweld, overnemen van een voertuig. Vaak worden de inzittenden als gijzelaars gebruikt om bepaalde eisen van de kapers ingewilligd te krijgen. |
| luchthaven | Een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen met inbegrip van de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond, de afwikkeling van het in de aanhef bedoelde luchtverkeer of bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in de aanhef bedoelde luchtverkeer. |
| mayday call | Noodoproep die gebruikt kan worden door gezagvoerder voor gevallen waarin er ernstig gevaar is in combinatie met een levensbedreigende situatie. |
| medisch backup-systeem | Systeem dat beschikbaar is aan boord van passagiersvliegtuigen bij veel vliegmaatschappijen. Vanaf elke positie in de wereld kan vliegend of niet vliegend snel contact worden opgenomen met medisch specialisten, zodat aan boord de juiste diagnoses gesteld kunnen worden, al dan niet gevolgd door medisch handelen van cabinepersoneel. |
| misdrijven | Misdrijven zijn ernstige delicten, met name genoemd in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, of in bijzondere wetten zoals de Wegenverkeerswet 1994, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie, de Wet op de economische delicten en de Arbeidsomstandighedenwet. |
| mitigerende maatregelen | Maatregelen die de escalatie van ongewenste gebeurtenissen tegengaan. |
| mobiel medisch team | Bestaat uit drie personen dat bedoeld is om medische bijstand te verlenen. Alle Mobiel Medische Teams die Nederland rijk is beschikken over een voertuig. Daarnaast beschikken vier traumacentra over een helikopter, een zogenaamde 'Lifeliner' of een traumahelikopter. |
| monodisciplinaire oefening | Oefening waaraan één discipline of organisatie meedoet. Bijvoorbeeld een oefening waaraan alleen brandweermedewerkers meedoen. |
| multidisciplinaire oefening | Oefening waaraan twee of meer disciplines of organisaties meedoen. Bijvoorbeeld een oefening waaraan brandweer, GHOR en politiediensten meedoen. |
| objectieve veiligheid | In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt. |
| objectieve veiligheid | In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt. |
| ongevalstype | Een groep van incidenten met vergelijkbare kenmerken. Voorbeelden van ongevalstypen zijn pech, botsing, ontsporing, brand, explosie. |
| oordeelsvorming | Bepaling van wat de verwachtingen zijn ten aanzien van het verloop van het incident, wat dit verloop betekent voor de gestelde doelen en de te betrekken actoren. |
| openbare hulpverleningsdiensten | De politie, de brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, zie ook GHOR Nederland (WARVW Art. 1). |
| opkomsttijd | Tijd die de hulpdiensten nodig hebben tot aankomst op de uitgangsstelling (bij een toegang van een ondergrondse ruimte) vanaf het moment dat de eerste melding is ontvangen. |
| overtredingen | Overtredingen zijn lichte vergrijpen. In het boek Overtredingen van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht wordt beschreven wat als een overtreding wordt beschouwd en wat de strafmaat is. |
| pan pan call | Spoedoproep die gebruikt kan worden door gezagvoerder voor gevallen waarin er een technisch probleem is zonder ernstig gevaar en niet levensbedreigend. |
| pandemie | Een over grote delen van de aarde verspreide epidemie. |
| preparatie | Het gereed zijn voor acties bij inbreuken op de veiligheid; weten wat te doen als er brand is, of als er een ongeluk of een ramp plaatsvindt. |
| preventie | Handelingen ter beperking van de kans op een calamiteit zonder dat daar op dat moment een specifieke dreiging voor bestaat. Er bestaat zekere mate van overlap met proactie. |
| preventie | Het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid en het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen van inbreuken op de veiligheid. |
| private plaats | Een private plaats is elke plaats waar niet iedereen toegang toe heeft. Dit kan blijken uit de aard van de faciliteit (privaat eigendom) of door de context (het gaat om een private weg). |
| pro-actie | Het wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid ter voorkoming van het ontstaan ervan (interne en externe veiligheid). |
| provinciale risicokaart | Op een risicokaart is aangegeven waar risicobronnen liggen. Het gaat daarbij om risicobronnen waardoor mensen direct letsel kunnen oplopen. Bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen en om andere relevante risico’s, zoals overstromingen. In totaal kunnen de risico’s van een dertiental verschillende ramptypen op kaart worden getoond. Maar er zijn ook risicokaarten waarop alleen risicosituaties met gevaarlijke stoffen staan. |
| ramp | Een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. |
| rampenbestrijding | Het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur, het bestuur van een veiligheidsregio, de provincie of het rijk treft met het oog op een ramp, het voorkomen van een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp. |
| rampenbestrijdingsplan | Een rampenbestrijdingsplan omvat het geheel aan maatregelen die voor een specifieke ramp of (zwaar) ongeval genomen moeten worden. |
| ramptype | Een categorie van mogelijke rampen die qua soort effecten en qua ontwikkeling in de tijd op elkaar lijken. |
| regie | Bewaken dat een beeld actueel, volledig, overdraagbaar en consistent is. |
| regionaal risicoprofiel | Een inventarisatie en analyse van de risico´s (waarschijnlijkheid en impact) van branden, rampen en crises waarop het beleid van de veiligheidsregio wordt gebaseerd. |
| repressie | Het daadwerkelijk bestrijden van onveiligheid en het zorgen voor de daarbij behorende hulpverlening. |
| risico-inventarisatie | Een overzicht van risicovolle situaties binnen de regio die tot brand, ramp of crisis kunnen leiden en een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de regio kunnen voordoen. |
| risicoanalyse | Het inzichtelijk maken van de risico’s voor individuele personen, bevolkingsgroepen, eigendommen en de omgeving. Een risicoanalyse omvat zowel de scenarioanalyse (SCeA) als kwantitatieve risicoanalyse (QRA). |
| risicobeheersing | Alle activiteiten die een vroegtijdige structurele aandacht voor integrale veiligheid bevorderen en die gericht zijn op het zoveel mogelijk voorkomen van onveilige situaties en omstandigheden, waaronder het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid (proactie) en het beperken en beheersen van gevolgen van inbreuken op de veiligheid (preventie). |
| risicobenadering | In de risicobenadering wordt de kans op een bepaald effect(in het externe veiligheidsbeleid worden letale slachtoffers binnen het effect beschouwd) beschouwd. |
| risicobeoordeling | Een analyse waarin weging en inschatting van gevolgen van soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. |
| risicobron | Een object, infrastructuur of natuurlijke omstandigheid die kan leiden tot een brand, ramp of crisis. |
| risicocontact | Personen bij wie geen ziekte(verschijnselen) zijn geconstateerd, maar die mogelijk wel besmet zijn. |
| risicocontouren | Een risicocontour geeft aan hoe hoog in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron. Deze contourlijnen kan men vergelijken met de gewone hoogtelijnen op een kaart: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. |
| risicodiagram | Een tweedimensionaal diagram waarin de oordelen over impact en waarschijnlijkheid van de scenario’s worden samengebracht. Op basis van dit diagram kan een clustering naar ernst van het scenario worden aangebracht. |
| risicokaart | Een openbare geografische kaart (per provincie, maar gebaseerd op een landelijke database) waarop de in de veiligheidsregio’s aanwezige plaatsgeboden en geografisch te onderscheiden risico’s zijn aangeduid, op basis van de indeling van het risicoprofiel. |
| risicoperceptie | Risicoperceptie gaat over subjectieve beleving, het veiligheidsgevoel. Het is de inschatting van een aantal factoren, zoals ernst (groot of gering), beheersbaarheid (laag of hoog), vertrouwen in instanties (laag of hoog) en openheid (gering of groot) dat mensen meer of minder bang maakt. Als mensen bang zijn, is de kans groot dat ze een bepaald gebied met een hoge risicoperceptie mijden. Een ondergrondse ruimte zit vaak aan de risicovolle kant. |
| risicoprofiel | Het risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit aangrenzende gebieden. |
| risicoreducerende maatregelen | Maatregelen die zorgen voor het stroomlijnen van processen en het reduceren dan wel voorkomen van risico’s. |
| risicovolle situatie | Een samenstel van een of meerdere risicobronnen en kwetsbaarheden die kunnen leiden tot een ramp of crisis. |
| scenario | Een mogelijk verloop van een incident, of – meer precies – een verwacht karakteristiek verloop van een incidenttype vanaf de basisoorzaken tot en met de einduitkomst. Een scenariobeschrijving geeft een gestructureerde beschrijving van de gebeurtenissen die consequenties hebben voor de regionale veiligheid, de oorzaak daarvan, de context en de gevolgen. |
| scenarioanalyse | Een scenarioanalyse is een instrument voor het beschouwen van de afwikkeling van incidentscenario’s. Meestal wordt een procesbeschrijving gegeven van relevante incidenten en responsmogelijkheden (de nadruk ligt op een gedetailleerde analyse van de gevolgen van een incident). |
| situatiebeeld | Het situatiebeeld is een voor alle betrokken partijen beschikbare actuele en geverifieerde samenvatting van het incident, met als doel om het proces van leiding & coördinatie te ondersteunen met een eenduidig beeld. |
| situatierapport | Crisisteams maken periodiek een situatierapportage volgens een standaard format (klassiek afgekort sitrap). Dit is een bondig rapport van de operationele toestand dat aan de hogere eenheid wordt verstrekt. Onderdeel ervan is dat in grote lijnen wordt aangegeven of er veranderingen zijn in de situatie ten aanzien van de vorige rapportage. Bij het netcentrisch werken kan dit door geautoriseerde functionarissen digitaal worden ingezien. |
| slachtoffers | Doden en T1, T2 en T3 gewonden. |
| sociale veiligheid | Sociale veiligheid is onderdeel van de totale veiligheid van een omgeving. Een sociaal veilige omgeving is een omgeving zonder dreiging van geweld of confrontatie met geweld. Het gaat daarbij om ongewenst gedrag door mensen en om zowel de feitelijke criminaliteit als de onveiligheidsgevoelens. Aandacht voor sociale veiligheid richt zich op het beperken van de kans dat mensen slachtoffer worden van een asociale daad en op het verminderen of wegnemen van angstgevoelens bij mensen. |
| subjectieve veiligheid | In de praktijk kan een groot verschil bestaan tussen de feitelijke veiligheidssituatie (bijvoorbeeld het aantal overvallen in een ondergrondse winkel) en de veiligheidsbeleving die mede bepaald wordt door opgedane indrukken (zoals slechte verlichting en/of onoverzichtelijkheid) en vermoedens van onveiligheid. Het eerste heet ‘objectieve veiligheid’, gebaseerd op feiten die met berekeningen of statistieken aantoonbaar zijn. Het tweede heet ‘subjectieve veiligheid’, waarbij vooral de veiligheidsbeleving een rol speelt. |
| t1 | T1-slachtoffers hebben onmiddellijke behandeling nodig, |
| t2 | T2-slachtoffers hebben binnen zes uur behandeling nodig. |
| t3 | T3-slachtoffers kunnen ook na zes uur behandeld worden. |
| tankautospuit | Een tankautospuit, afgekort TS is een type voertuig dat de brandweer normaal gesproken inzet als basisvoertuig. Het voertuig is zo ingericht dat de eerste slag geslagen kan worden bij brandbestrijding of ongevallen. |
| terrorisme | Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden. |
| transponder | Een transponder is een elektronisch apparaat dat een bepaalde boodschap uitzendt, als antwoord op een bepaalde ontvangen boodschap. Het woord transponder is een samentrekking van de Engelse woorden transmitter (zender) en responder (antwoorder). Alle verkeersvliegtuigen en bijna alle overige categorieën luchtvaartuigen beschikken verplicht over een transponder. |
| uitgangsstelling | Een uitgangsstelling, afgekort UGS, is een plaats waar hulpdiensten door de alarmcentrale naar toe worden gestuurd, voordat men een rampterrein opgaat. |
| vector | In de context van deze handreiking: organismen die ziekten of parasieten overbrengen. |
| veilige plaats | Wat een veilige plaats/ruimte is, wordt bepaald door het soort incident. Een veilige plaats in het geval van brand hoeft geen veilige plaats te zijn in het geval van een overstroming. Essentieel hierbij zijn de omstandigheden en mogelijke belemmeringen om op een veilige plaats te komen. Bij een fysieke bedreiging door brand zal een veilige plaats veelal buiten het object liggen. |
| veiligheidsacties | Vijf mogelijke acties om aan veiligheid te werken: Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie en Nazorg. |
| veiligheidsbeheerplan | Het veiligheidsbeheerplan is het instrument met behulp waarvan de beheerder in de gebruiksfase het afgesproken veiligheidsniveau handhaaft. |
| veiligheidscriteria | Criteria die men toepast om te bepalen of wordt voldaan aan de eisen voor het veiligheidsniveau. |
| veiligheidsdossier | Een verzameling documenten, die betrekking hebben op veiligheid. Het bevat vastleggingen van gemaakte keuzes en onderbouwingen ervan. Documenten kunnen worden ingebracht door verschillende partijen. De beheerder is verantwoordelijk voor het onderhouden van het veiligheidsdossier. |
| veiligheidseffectrapportage | De Veiligheidseffectrapportage (VER) bestaat uit een aantal activiteiten gekoppeld aan het plannings- en bouwproces. De VER beperkt zich dus niet tot een eenmalige activiteit of het eenmalig opstellen van een rapport, maar de uitvoering ervan loopt mee gedurende het gehele plan. De VER-modules gaan gelijk op met de bouwfasen van een project. De VER omvat zowel sociale als fysieke veiligheid. |
| veiligheidseisen | Een verzameling van proceseisen, bouw- en gebruiksvoorschriften waaraan onderdelen van het bouwwerk in ieder geval moeten voldoen. |
| veiligheidsketen | De veiligheidsketen is een operationalisatie van het veiligheids- beleid, bestaande uit de ketens proactie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. |
| veiligheidsniveau | De ambitie om een bepaald veiligheidsniveau te halen bepaalt welke veiligheidsmaatregelen en - voorzieningen worden getroffen. De ondergrens van het veiligheidsniveau is vaak wettelijk vastgelegd (o.a. in het Bouwbesluit 2012). Het veiligheidsniveau kan worden bepaald met een risicoanalyse. |
| veiligheidsregio | Regionaal samenwerkingsverband van o.a. gemeenten, brandweer en geneeskundige hulpverlening. |
| veiligheidsscan | Verkennend onderzoek naar fysieke en sociale veiligheidsaspecten waarbij tijdig de veiligheidsmaatregelen, de installaties en de beheermaatregelen in beeld komen. |
| vitale belangen | Essentiële aspecten van veiligheid die bij aantasting door een ramp of crisis leiden tot ontwrichting van de samenleving. Het betreft: territoriale veiligheid, fysieke veiligheid, ecologische veiligheid, economische veiligheid, sociale en politiek stabiliteit; veiligheid cultureel erfgoed. |
| vlinderdasmodel | De keten oorzaken - incident - gevolgen. Het incident staat hierbij centraal. |
| zelfredzame personen | Personen die tijdens het incident in staat zijn om naar een veilige ruimte te vluchten. |
GGDGHOR (12)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio | Organisatie belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op het gebied van de geneeskundige hulpverlening. |
| Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd | Een Nederlandse overheidsinstantie gevestigd in Utrecht. Het is een onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Inspectie verzorgt het toezicht op de kwaliteit van de zorg, medische producten en jeugdhulp. |
| Intensive Care | De Engelse benaming voor ‘intensieve behandeling’. De behandeling is veel intensiever dan op andere verpleegafdelingen in het ziekenhuis. Er liggen kritiek zieke patiënten bij wie een of meerdere vitale, belangrijke lichaamsfuncties, worden bedreigd zoals de ademhaling, de bloedcirculatie of nierfunctie. |
| International Health Regulations | Gepubliceerd in 2005, is een juridisch bindend instrument van internationaal recht dat tot doel heeft a) landen te helpen samenwerken om levens en bestaansmiddelen te redden die worden bedreigd door de internationale verspreiding van ziekten en andere gezondheidsrisico's en b) onnodige inmenging in internationale handel en reizen te vermijden.Het doel en de reikwijdte van IHR 2005 zijn het voorkomen, beschermen tegen, beheersen en bieden van een reactie op de volksgezondheid op de internationale verspreiding van ziekten op een manier die in verhouding staat tot en beperkt is tot risico's voor de volksgezondheid en die onnodige interferentie met het internationale verkeer en handel. |
| Medische Behandel Capaciteit | Het aantal gewonden van urgentieklasse 1 en 2 dat per uur volgens de geldende medische inzichten in een ziekenhuis kan worden behandeld. |
| Officier van Dienst Geneeskundig | Geeft leiding aan de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises. |
| Outbreak Management Team | Een Nederlands adviesorgaan dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) adviseert bij de bestrijding van een epidemie; het advies beperkt zich tot de medische invalshoek van de epidemie, zoals ook uit de samenstelling van het team blijkt. Het orgaan is onder meer geactiveerd bij de varkensgriepuitbraak in 2009, de Q-koortsepidemie, de Ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 en de coronacrisis in Nederland in 2020. |
| Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie | Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie bestaande uit acht personen (onderdeel van het Nederlandse Rode Kruis). De taak van het team is de andere onderdelen van de geneeskundige combinatie op logistiek en medisch gebied te ondersteunen. De leden van dit team verzorgen, waar nodig, een gewondennest en zorgen voor voldoende medische hulpmiddelen. Daarnaast voeren zij op aanvraag medische handelingen uit. |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
| meldkamer voor het ambulancevervoer | Ondergebracht bij de regionale alarmcentrale van een veiligheidsregio. Het is de nieuwe benaming voor de Centrale Post Ambulancevervoer. |
| triage | Triage is het beoordelen van slachtoffers zoals bij grote(re) ongevallen, rampen, pandemieën en de spoedeisende-hulpafdeling in ziekenhuizen, in verschillende categorieën verdeeld naar de ernst van de verwondingen of ziektebeeld. Bij ongevallen of rampen wordt dit uitgevoerd door triagisten van de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Het wordt ook toegepast op de spoedeisende eerste hulp (SEH) afdeling van ziekenhuizen en op de huisartsenpost om de urgentie van binnenkomende patiënten en telefonische oproepen te bepalen. |
| vervoersambulance | Een auto voor het vervoer van zieken en gewonden. |
IFV (6)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Instituut Fysieke Veiligheid | Instituut Fysieke Veiligheid |
| National Fire Protection Associaton | Een Amerikaanse organisatie die het doel heeft om de last van brand en andere gevaren te verminderen door middel van wetenschappelijk onderzoek en educatie. Het is de grootse brandveiligheid organisatie en telt wereldwijd bijna 80.000 leden. |
| Nederlands Forensisch Instituut | Als bij de crisis een LFTO aan het werk is werkt het NFI onder de vlag van het LFTO. |
| Nederlands Normalisatie Instituut | Gevestigd in Delft. Ontwikkelt en beheert normen (NEN), Nederlandse praktijkrichtlijnen (NPR), en Nederlandse Technische Afspraken (NTA) |
| Nederlandse Technische Afspraak | Document ontwikkeld door het Nederlands Normalisatie Instituut met een status die lager is dan de NEN-norm. |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
Incidentbestrijding (4)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| Melding | Is een kenbaar gemaakte gebeurtenis aan een meldkamer of aan een instantie die gedelegeerd registreert t.b.v. een meldkamer. |
| brandvermogen | De hoeveelheid energie die per tijdseenheid vrijkomt bij een brand, uitgedrukt in kW of MW. |
| brandvoortplanting | Uitbreiding van brand binnen een ruimte over de oppervlakte van een object. |
| inundatie | Onderwaterzetting, al dan niet ten gevolge van een incident. |
Meldkamer (7)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| C2000 | C2000 is het communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Politie, brandweer, ambulancediensten, onderdelen van het ministerie van Defensie en daaraan gekoppelde organisaties gebruiken het digitale systeem voor hun mobiele communicatie. |
| Gemeenschappelijke Meldkamer | De meldkamer, ook noodcentrale of alarmcentrale genoemd, is de voorziening die belast is met het ontvangen, registreren en beoordelen en afhandelen van incidentmeldingen, alsmede het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten. |
| PRIO 1 | Melding waarbij er sprake is van de noodzaak om zo snel mogelijk ter plaatse te gaan en waarbij sprake is van een dringende taak. |
| PRIO 2 | Melding waarbij er sprake is van de noodzaak om snel ter plaatse te gaan, maar waarbij niet direct sprake is van een dringende taak. |
| Regionale Alarm Centrale | Politie, brandweer, ambulancezorg en Koninklijke Marechaussee krijgen tien meldkamers die virtueel genetwerkt samenwerken volgens een gestandaardiseerde werkwijze, zoveel mogelijk geprotocolleerd en multidisciplinair. Dit netwerk van meldkamers draagt eraan bij om nu en in de toekomst burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bij bestrijding van crisis en rampen. |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
| crashtender | Brandweervoertuig dat voornamelijk wordt ingezet op luchthavens bij de bestrijding van de gevolgen van ongevallen met vliegtuigen. |
Risicobeheersing (62)
| Begrip | Definitie (nl) |
|---|---|
| As Low As Reasonably Achievable | Maatregelen waar met minimale extra investeringen op praktische wijze nog extra veiligheidswinst te boeken valt. |
| As Low As Reasonably Practicable | Van belang voor risico’s en kosten, deze dienen zo laag te zijn als redelijkerwijs praktisch haalbaar is. |
| Brandveilig Ontwerpen en Toetsen | Een praktijkgids met praktische uitleg van brandveiligheidsvoorschriften in het Bouwbesluit. |
| Progressive Collapse | Voortschrijdende instorting, het bezwijken van één onderdeel van de constructie, waardoor een deel van of de gehele constructie bezwijkt. |
| Reliability, Availability, Maintainability, Safety | Een specifieke aanpak, deel uitmakend van een kwaliteitsmanagementsysteem c.q. verbetercyclus met als doel de mate van betrouwbaarheid, beschikbaarheid, onderhoudbaarheid en veiligheid in samenhang te kwantificeren en het proces daar naartoe vast te leggen zodat het na te speuren is. |
| RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu | Dit is een Nederlands instituut dat in opdracht van de overheid onderzoek doet op het gebied van volksgezondheid, milieu en natuur. Het is een zelfstandig onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. |
| Risk Ranking Points | Risico-ordeningsmethodiek waarbij de meest relevante scenario’s worden bepaald. |
| VeiligheidsEisen voor SpoorTunnels | Europese Technische Specificatie voor Interoperabiliteit (TSI), vertaald voor de Nederlandse implementatie. |
| Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag | WBDBO staat voor Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag tussen twee ruimtes; de kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van de ene ruimte naar de andere ruimte (NEN 6088). |
| Wet algemene bepalingen omgevingsrecht | De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo) is een Nederlandse wet, die op 1 oktober 2010 is ingevoerd. De wet regelt de omgevingsvergunning. |
| automatische doormelding | Voorziening voor de automatische overdracht van een brandmelding van een brandbeveiligingsinstallatie naar de brandweeralarmcentrale. |
| bedrijfshulpverlening | De tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk. |
| bedrijfsnoodplan | Inventarisatie en analyse van alle mogelijke bedreigingen, tijdens gebruik van een bouwwerk. Dit calamiteitenplan ofwel bedrijfsnoodplan moet bij calamiteiten een snelle ontruiming en redding waarborgen. |
| beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming | De BOB-cyclus is een methode om tot een groepsbesluit te komen. In opleidingen en
trainingen voor crisisfunctionarissen wordt deze methode aangeleerd om in crisisteams toe te passen. De afkorting BOB staat voor de drie fasen in het besluitvormingsproces: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. |
| belastingscombinatie | Verzameling van belastingen die gelijktijdig op een bouwconstructie kunnen optreden. |
| bouwbesluit | Koninklijk besluit in het kader van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het Bouwbesluit omvat technische voorschriften voor bouwwerken. |
| brandcompartiment | Gedeelte van één of meer bouwwerken, bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van brand. |
| brandcurve | Een relatie tussen de tijd en temperatuur, brandvermogen van de ontwikkeling van een brand. Enkele conventionele, vaste brandcurven worden gebruikt in brandwerendheidsproeven. Voor meer geavanceerde analyses worden berekende temperatuurontwikkelingen gebruikt. |
| brandmeldinstallatie | Het geheel van detectoren, bekabeling, een brandmeldcentrale en een doormeldinstallatie naar de brandweer, dat nodig is voor het ontdekken van brand, het melden van brand en het geven van stuursignalen aan andere installaties. |
| brandrisicoklasse luchthaven | Risicoklasse waarin een luchthaven, voor de brandweervoorzieningen wordt ingedeeld aan de hand van het aantal vliegtuigen en de afmetingen daarvan dat van de luchthaven gebruikmaakt, of de risicoklassen waarin een vliegtuig voor de brandbestrijding wordt ingedeeld aan de hand van de totale lengte en rompbreedte van dat vliegtuig. |
| brandveiligheid ondergrondse bouwwerken | Brandveiligheid is het beschermen van bouwwerken en mensen voor het ontstaan en de gevolgen van brand. |
| categoriale inrichtingen | Inrichtingen, zoals aangewezen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waarvoor het plaatsgebonden risico is vastgelegd in de bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden. Voor de bepaling van het groepsrisico mag worden uitgegaan van de bij ministeriële regeling aangegeven personendichtheden, maar mag het groepsrisico ook worden bepaald met een Quantitative Risk Assessment, QRA. |
| circulaire economie | Een circulaire economie is een kringloopeconomie waarin afval wordt hergebruikt en omgevormd tot een nieuw product, waardoor er een minimale hoeveelheid afval overblijft en het grondstofgebruik geminimaliseerd wordt. |
| externe veiligheid | Externe veiligheid betreft de veiligheid die verband houdt met risico’s voor mensen die in de omgeving van een bepaald object/bouwwerk wonen of verblijven. Zo’n bepaald object/bouwwerk waarbij sprake is van externe veiligheid kan bijvoorbeeld zijn: een transportroute of opslag voor gevaarlijke stoffen, een parkeergarage, een tankstation of een industrieel complex. |
| handbrandmelder | Niet-automatische voorziening die door aanwezige personen kan worden gebruikt om alarm te slaan bij brand. |
| incidentdetectie | Het vaststellen van het optreden van een ongeval of andere afwijkende situatie waarbij de veiligheid in gevaar komt. Indien geautomatiseerd, is er sprake van een automatische detectie van een incident en het initiëren van relevante acties. |
| kwantitatieve risicoanalyse | Een risicoanalyse, waarbij wordt gekeken naar zowel de kans op een incident als de gevolgen van dat incident. De gevolgen zijn vaak uitgedrukt in het aantal gebruikers dat overlijdt ten gevolge van het incident. Veelal wordt gebruikgemaakt van foutenbomen voor het in kaart brengen van mogelijke oorzaken, en gebeurtenissenbomen voor het weergeven van de mogelijke gevolgen van het incident. Het eindresultaat is een berekend groepsrisico of plaatsgebonden risico. |
| nooddeur | Een deur die uitsluitend is bestemd om het bouwwerk te ontvluchten. |
| noodverlichtingsinstallatie | Een installatie die automatisch in werking treedt zodra de ‘stroom’ in een gebouw wegvalt. |
| normatief brandverloop | Tijdsverloop van ontdekking, melding, alarmering, ontvluchting, redding en blussen van brand, dat ten grondslag ligt aan de invulling van de bouwregelgeving. |
| ontruimingsalarminstallatie | Een ontruimingsinstallatie is een installatie die de mensen in een bouwwerk alarmeert in geval van bijvoorbeeld brand ten behoeve van het vluchtproces. Het bestaat vaak uit een centrale voedings- en besturingseenheid (bekabeling) en akoestische signaalgevers. |
| ontruimingstijd | De tijd die verstrijkt vanaf het moment van alarmering, tot vluchtende mensen in een veilige zone zijn aangekomen. Ontruimingstijd is op te delen in twee fasen: de alarmfase en de vluchtfase. |
| probabilistische benaderingswijze | Benaderingswijze van risico’s, kans x gevolg, waarin rekening wordt gehouden met aspecten als spreiding, onzekerheden, overschrijdingskansen, bezwijkkansen, grenstoestanden en veiligheidscoëfficiënten. |
| restrisico | Het restrisico is het risico dat resteert nadat geadviseerde maatregelen al dan niet zijn getroffen. Bij het accepteren van het restrisico spelen nut en noodzaak van de ontwikkeling in relatie tot de te treffen maatregelen een centrale rol. |
| risico | De verwachte gevolgen van een bepaalde activiteit voor mensen, milieu en economie. Risico wordt vaak uitgedrukt in een combinatie van (kans op) gebeurtenis en mogelijke gevolgen. |
| risico-inventarisatie | Een overzicht van risicovolle situaties binnen de regio die tot brand, ramp of crisis kunnen leiden en een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de regio kunnen voordoen. |
| risicoanalyse | Het inzichtelijk maken van de risico’s voor individuele personen, bevolkingsgroepen, eigendommen en de omgeving. Een risicoanalyse omvat zowel de scenarioanalyse (SCeA) als kwantitatieve risicoanalyse (QRA). |
| risicobeheersing | Alle activiteiten die een vroegtijdige structurele aandacht voor integrale veiligheid bevorderen en die gericht zijn op het zoveel mogelijk voorkomen van onveilige situaties en omstandigheden, waaronder het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid (proactie) en het beperken en beheersen van gevolgen van inbreuken op de veiligheid (preventie). |
| risicobenadering | In de risicobenadering wordt de kans op een bepaald effect(in het externe veiligheidsbeleid worden letale slachtoffers binnen het effect beschouwd) beschouwd. |
| risicobeoordeling | Een analyse waarin weging en inschatting van gevolgen van soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. |
| risicobron | Een object, infrastructuur of natuurlijke omstandigheid die kan leiden tot een brand, ramp of crisis. |
| risicocontact | Personen bij wie geen ziekte(verschijnselen) zijn geconstateerd, maar die mogelijk wel besmet zijn. |
| risicocontouren | Een risicocontour geeft aan hoe hoog in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron. Deze contourlijnen kan men vergelijken met de gewone hoogtelijnen op een kaart: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. |
| risicodiagram | Een tweedimensionaal diagram waarin de oordelen over impact en waarschijnlijkheid van de scenario’s worden samengebracht. Op basis van dit diagram kan een clustering naar ernst van het scenario worden aangebracht. |
| risicokaart | Een openbare geografische kaart (per provincie, maar gebaseerd op een landelijke database) waarop de in de veiligheidsregio’s aanwezige plaatsgeboden en geografisch te onderscheiden risico’s zijn aangeduid, op basis van de indeling van het risicoprofiel. |
| risicoperceptie | Risicoperceptie gaat over subjectieve beleving, het veiligheidsgevoel. Het is de inschatting van een aantal factoren, zoals ernst (groot of gering), beheersbaarheid (laag of hoog), vertrouwen in instanties (laag of hoog) en openheid (gering of groot) dat mensen meer of minder bang maakt. Als mensen bang zijn, is de kans groot dat ze een bepaald gebied met een hoge risicoperceptie mijden. Een ondergrondse ruimte zit vaak aan de risicovolle kant. |
| risicoprofiel | Het risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit aangrenzende gebieden. |
| risicoreducerende maatregelen | Maatregelen die zorgen voor het stroomlijnen van processen en het reduceren dan wel voorkomen van risico’s. |
| risicovolle situatie | Een samenstel van een of meerdere risicobronnen en kwetsbaarheden die kunnen leiden tot een ramp of crisis. |
| uiterste grenstoestand | Begrenzing aan de belastingstoestand waarin de constructie gedurende een bepaalde tijd mag verkeren alvorens deze bezwijkt bij het optreden van verschillende belastingscombinaties (NEN 6702). |
| verblijfsgebied | Gedeelte van een gebruiksfunctie met ten minste een verblijfsruimte, bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimtes anders dan een toiletruimte, een badruimte, een technische ruimte of een verkeersruimte. |
| verblijfsruimte | Ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden. |
| verkeersafwikkeling | Veiligheidvoorzieningen die zijn gericht op een veilige en ongehinderde doorstroming van het verkeer, alsmede het zo goed als redelijkerwijs mogelijk voorkomen van incidenten en ingrijpen bij verstoringen in het verkeer. |
| verkeersroute | Route die begint bij een toegang van een ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt bij de toegang van een andere ruimte. |
| verkeersruimte | Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte. |
| vloerafscheiding | Voorzieningen die worden getroffen aan de rand van een vloer, die het risico op letsel ten gevolge van val vanaf de begrenzing van de vloer dienen te beperken. |
| vluchtroute | Route die bij brand en/of andere calamiteiten in een gebouw kan worden gebruikt om het gebouw zo snel mogelijk te verlaten. Een vluchtroute is een route die vanaf een verblijfplaats in het bouwwerk leidt naar een veilige plaats en die voldoet aan de veiligheidseisen. |
| vluchttijd | Beschikbare tijd om een veilige plaats te bereiken. Zowel de beschikbare als de benodigde tijd. |
| vluchttrappenhuis | Trappenhuis waardoor een rookvrije vluchtroute voert. |
| vluchtweggeometrie | Eisen die gesteld worden aan de afmetingen van doorgangen en deuren voor het ongehinderd vluchten. |
| woningwet | De Woningwet geeft voorschriften voor de volkshuisvesting, over woningbouw en de geldelijke steun van gemeente en Rijk voor woningbouw. |
| zelfredzaamheid | Zelfredzaamheid is de mate waarin (initieel zelfredzame) gebruikers van een gebouw in staat zijn, zonder hulp van buiten, te vluchten naar een veilige plaats. |